Logo

Vroeger… smeerden onze ouders ’s morgens lafjes een paar vegen zonnebrandcrème op onze lijven. ‘Ga maar fijn spelen kinders!’ en dat was het dan. Daar kun je nu niet meer mee aankomen.

Door schade, schande en vooral veel nieuwe kennis zijn we een stuk wijzer geworden over de gevaren van de zon en hoe ontzettend belangrijk het is om je goed in te smeren.

We weten dat niet alleen kinderen, maar ook volwassenen zich goed moeten beschermen tegen de schadelijke UV-straling van de zon. Maar weten we ook dat smeren met factor 50 niet het summum is? Dat en een handjevol must knows over zonnebrandcrème, met dank aan dermatoloog Dr. Bas Wind.

1. Factor 30 is het nieuwe factor 50

Tot voor kort dacht iedereen dat factor 50 dé optimale bescherming tegen UV-straling bood, en dat alles daaronder ‘niet goed genoeg’ was. Die tijd is voorbij: inmiddels weten we dat het verschil in bescherming tussen factor 30 en factor 50 zo miniem is, dat factor 30 gebruiken helemaal prima is. Om precies te zijn: SPF30 biedt voor 96,6 procent bescherming tegenover 98 procent bescherming van factor 50.   

 

2. Toch adviseert de landelijke vereniging van dermatologen gebruik van SPF50

Want feitelijk biedt die dus wel iets meer dan 1 procent meer bescherming. Maar dat mag je dus met een kleine korrel zout – of zand – nemen.

 

3. ‘Factor’ betekent ‘zo lang kun je in de zon zitten voordat je verbrandt’

Waarmee factor 30 letterlijk betekent: ‘met deze crème op, kun je dertig keer langer in de zon zitten zonder te verbranden, dan wanneer je niet(s) gesmeerd zou hebben’. Voor factor 50 geldt dat dus maal 50. Het gevaar van factor 50 is dat mensen overmoedig raken en langer in de zon liggen dan ze eigenlijk zouden moeten. Kortom, met factor 30 ben je geneigd vaker te smeren en dat is altijd beter. Bovendien is de beschérming dus bijna gelijk aan factor 30 (zie punt 1).

 

4. Als je een normale huid hebt, hoef je echt geen duur merk te kopen

Er bestaat niet zoiets als een slechte zonnebrand, anders zou het in Nederland niet verkocht mogen worden, dus een huismerk is prima. Tenzij je een gevoelige huid of specifieke huidproblemen hebt, hoef je je dus niet meer door die mevrouw van de drogist te laten overtuigen dat je toch echt beter af bent dat dure merk te kopen.

 

5. Smeren dient elke twee uur te gebeuren

Vaker mag, minder vaak niet. Fijn toch, dat je niet zo’n duur potje aan hoeft te schaffen (zie #4).

6. Tenzij je tussendoor het water ingaat 

Na elke zwemsessie moet je je opnieuw insmeren, ook als je water resistant zonnebrandcrème gebruikt. Water resistant is namelijk nooit helemaal water resistant, helaas. Crèmes die op de fles beweren dat één keer smeren voldoende is, moet je ook vooral niet geloven.

 

7. Ook vóór 11 uur ’s ochtends en na 4 uur ’s middags moet je je insmeren

Ook al is de zon dan minder sterk, nog steeds moet je je ook dan goed insmeren. Zeker in landen rond de evenaar kun je rond zes uur ’s avonds nog steeds verbranden.    

 

8. Laat de crème niet opwarmen in de zon

Ook al is niet 100 procent bewezen dat dit inderdaad zo is; het wordt zeer aannemelijk geacht dat de werking van de crème afneemt als-ie warmer wordt. Bovendien neemt het risico op gillende kinderen significant toe wanneer je met loeihete crème komt aanzetten.

 

9. Wet shirts zijn the way to go

Omdat kinderen in de regel niet heel enthousiast worden van die twee-uurlijkse smeersessies en het liefst de hele tijd in het water spelen, is het veel handiger voor hen een wet shirt (surfshirt) te kopen. Die zijn vaak geïmpregneerd met factor 50: klaar ben je.

 

10. Je kunt als volwassene ook best de zonnebrandcrème van je kinderen gebruiken 

Er zijn mensen die zeggen dat zonnebrandcrème voor kinderen niet geschikt zou zijn voor kinderen omdat het een andere chemische samenstelling heeft, maar dat wordt door de vereniging van dermatologen tegengesproken. Een crème voor kinderen waar SPF30 op staat, biedt ook gewoon diezelfde bescherming voor volwassenen.

 

11. Het advies om elk jaar een nieuwe fles te kopen is geen marketingtruc

Het is waar: de chemische samenstelling en – dus – de werking van de crème is na een jaar veranderd en daardoor minder betrouwbaar. Kortom: aan het begin van de zomer is het tijd om de restanten van het jaar ervoor weg te gooien en een nieuwe voorraad aan te schaffen. Nog een reden waarom het fijn is dat huismerken prima volstaan (zie #4).  

 

12. Kinderen jonger dan 1 jaar mogen echt niet in de zon

Nee, óók niet met een lief zonnehoedje op: de schaduw is de enige plek voor baby’s. Een babyhuid verbrandt nou eenmaal vele malen sneller en de kans op een zonnesteek is aanzienlijk groter. Een huid die op jonge leeftijd verbrandt, heeft een grotere kans om op latere leeftijd een kwaadaardige vorm van huidkanker te ontwikkelen.  

 

13. De term ‘sunblock’ bestaat niet meer

Om de simpele reden dat we inmiddels weten dat er niet zoiets is als een volledige ‘block’ van de zon. Zelfs de factor 85 die ze in de Verenigde Staten hebben en de Australische factor 100 beschermen niet volledig tegen de zon. Nogmaals: factor 30 is goed genoeg.  

 

Met dank aan Dr. Bas Wind, dermatoloog verbonden aan het Medisch Centrum Jan van Goyen en het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam.

Ontmoet de blogger

Inge

Inge

Journalist Inge (37) ontdekt, dankzij een onuitputtelijke nieuwsgierigheid én een diepgewortelde angst voor verveling, altijd de leukste nieuwe plekken.

Lees meer

Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en volg ons op social media.