Logo

Van speedo naar speedon’t: hoe de ballenknijper van populairste tot meest ondergewaardeerde zwembroek devalueerde (halleluja!)

Afgelopen zomer maakte het ouderwetse badpak een comeback. En ook in 2018 wordt het weer helemaal hip om gestipt en gestreept, lekker hoog uitgesneden met dito onmogelijk decolleté voor de dag te komen. Leuk en aardig, die ouderwetse badmode die terugkomt, zolang er maar één kledingstuk niet aan meedoet, vindt onze blogger Inge. Juist ja, de speedo.   

Wie foto’s van Nederlandse stranden in de jaren ’70 en ’80 bekijkt, ziet ze overal: mannen – jong en oud – trots paraderend in een speedo. Hoe onflatteus. Althans, dat hartgrondige onflatteus zeggen we nu. Toen niet. Toen vond men het prima dat je in een nanoseconde kon zien of de buurman een beetje riant geschapen was en of hij naar links of naar rechts neeg. Onder het mom van: iedereen deed het, en dan is het schijnbaar oké.

Dat was het niet. Hoe aardig mijn buurman ook was, dit wilde ik allemaal niet over hem weten. Overigens droeg niet iedereen er per se eentje van het Australische merk Speedo, maar in de loop der jaren werd speedo de verzamelnaam voor alle (veel te) kleine, (veel te) strakke en (veel te) nietsontziende zwembroeken. Correctie: zwembroekjes.

De schuldige: het Australische zwemteam

Wat is dan de reden dat in de jaren ’70 en ’80 de speedo het boegbeeld was van de mannelijke strandoutfit? Zwom het écht zo veel lekkerder? Waren ze goedkoop? Wilden mannen graag bruine (dij)benen? Waren de vrouwen er gek op? Een eenduidig antwoord is er niet, maar vermoedelijk gaat het om een combinatie van dat alles. Na de introductie van de eerste officiële Speedo – door het Australische zwemteam in 1956 tijdens de Olympische Zomerspelen in Melbourne – liepen mannen over de hele wereld al gauw trots rond in zo’n minuscuul gevalletje. En we weten allemaal hoe het werkt: als één mak schaap over de dam is...      

Vaarwel speedo, hallo surfshort

Rond de jaren ’90 volgde het keerpunt. Vaarwel speedo, hallo surfshort! Vandaag de dag is de enige man die een legitiem excuus heeft om een speedo te dragen, de professionele zwemmer die hoopt op een dag Michael Phelps eruit te zwemmen. Elke andere man die het anno nu waagt in een ballenknijper voor de dag te komen, kan op weinig compassie rekenen. Eerder op licht-gruwelende, afkeurende blikken en lachsalvo’s. Mensen die niet lachen, zijn zij die in een acute reflex hun hoofd opzij gedraaid hebben en die de aanblik bespaard is gebleven. Zij wel.  

De comeback die geen comeback werd

Toch zijn er mannen die het wel geprobeerd hebben. Niet de minsten, gebiedt de eerlijkheid daaraan toe te voegen. David Beckham, Prince William en Cristiano Ronaldo, bijvoorbeeld. Mede dankzij hun openlijke steunbetuiging (en vooruit, omdat het ze niet onaardig stond), zag het merk begin 2010 ineens een verviervoudiging van het aantal aanvragen voor de ‘swimming briefs’. De comeback zette echter niet door. Waarschijnlijk zagen mannen – en hun vrouwen – dat het broekje alleen om aan te zien was als er ook het lichaam van Cristiano of David boven geplakt kon worden. Jammer joh. Ook onze eigen Dries Roelvink kreeg de Nederlandse man niet aan de speedo, ook niet in de variant met pijpjes, en al helemaal niet in een knalgele. Het was het laatste duwtje dat we nodig hadden in de richting van een collectieve speedofobie.  

Links- of rechtsdragend?

En mannen die zich toch graag in de ultrastrakke zwemslip willen vertonen? Die moeten naar een land als Brazilië, daar is het nog altijd bon ton. Sterker: daar loopt verreweg het merendeel van de mannen rond in een onvervalste ballenknijper. De man die op het strand van Ipanema aan komt zetten in een lange surfbroek, kan eerder op wijzende vingers en afkeurende blikken rekenen. Waarom dat zo is, daar zijn de geleerden het nog niet over eens. Veel verder dan ‘iedereen doet het’ en ‘Braziliaanse mannen voelen zich gewoon prettig in een speedo’ komt men niet. Het feit dat de objectieve toeschouwer in een luttele seconde ziet of de man in kwestie links- of rechtsdragend is, boeit Juan niet, zo blijkt.

Te weinig stof

De Hollandse Jan is Juan niet, gelukkig. Laatst hoorde ik iemand zeggen dat het toch ook wel iets had, zo’n strak broekje. Voor eens en voor altijd: dat heeft het niet. Het heeft helemaal níets. Juist in die ontzettende niets-heid ligt het probleem: te weinig stof voor een te groot te bedekken oppervlakte. Had iemand dat maar aan mijn buurman (gemiddeld geschapen, rechtsdragend) duidelijk kunnen maken, evenals aan mijn vader en alle andere mannen die dachten dat het oké was. Lieve mannen, dat was het niet.  

Speedo_ondergang_mannen_ballenknijper_strand_2

Ontmoet de blogger

Inge

Inge

Journalist Inge (37) ontdekt, dankzij een onuitputtelijke nieuwsgierigheid én een diepgewortelde angst voor verveling, altijd de leukste nieuwe plekken.

Lees meer

Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en volg ons op social media.